fbpx

Natuurlijke voedingssupplementen voor uw kat. Voor een hoogwaardige en optimale verzorging van uw kat

De geschiedenis van onze huiskatten gaat niet zo ver terug. Katten waren ook niet gedomesticeerd, zij zochten de nabijheid van mensen en domesticeerden zichzelf.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Ze werden pas huisdieren toen de mens sedentair werd, zo’n 10.000 jaar geleden. Zolang de mensen voortdurend onderweg waren, konden zij alleen met elkaar in contact komen wanneer wilde katten, vergelijkbaar met wolven, vleesresten aten die niet door mensen konden worden gebruikt. Katten zwerven niet, zij zijn trouw aan hun plaats.

Toen de mensen begonnen met landbouw en het aanleggen van voorraden, vooral het opslaan van grote hoeveelheden graan, werden muizen en ratten op magische wijze aangetrokken en werden zij een lastpost en gevaar. Nergens anders konden katten een makkelijkere prooi vinden. Dit gebeurde in het oude Egypte, het Midden-Oosten en het gebied van de Vruchtbare Halve Maan. De wilde vorm was waarschijnlijk in de eerste plaats de donkerkat Felis silvestris lybica. Hun achterpoten zijn aan de onderzijde niet zwart gepigmenteerd, zoals bij de Europese wilde kat Felis silvestris silvestris. Hetzelfde geldt voor de steppekat Felis ornata, die waarschijnlijk ook behoort tot de voorouders van onze huiskatten.

In Egypte, zo’n 5000 jaar geleden, werden katten vereerd als bewakers van de graanschuren en na hun dood werden ze gebalsemd en begraven als mensen. Deze verklaring van zelf-domesticatie, d.w.z. het naderen van katten tot menselijke nederzettingen, zal juist zijn. Maar niet het idee dat de kat, vereerd in de kattengodheid Bastet, die plaats innam van de leeuwengoden of -godinnen, Tefnut en Sachmet, in het oude Egypte, omdat hij kleiner was en dus gemakkelijker te hanteren.

In het oude China waren er reeds 7000 jaar geleden gedomesticeerde huiskatten, nog vroeger dan in Egypte, zoals ontdekt werd door botvondsten. Van welke wilde soort zij afstammen, kon tot dusver niet precies worden opgehelderd. De rietkat (Felis chaus), waarvan er verschillende ondersoorten zijn, komt in het geding. In Azië zijn er verschillende wilde kattensoorten die kunnen paren en waarvan de nakomelingen vruchtbaar zijn. Enkele jaren geleden was het zelfs mogelijk een andere soort, de Bengaalse kat (Prionailurus bengalensis), te laten paren met de huiskat vanwege zijn vachtpatroon. Sommige nakomelingen waren vruchtbaar. Een nieuw ras, de “leopardette”, werd zo gecreëerd.

Genetisch zijn katten veel minder veranderd dan honden, het zijn nog steeds bijna wilde katten, wat je kunt zien en herkennen aan hun gedrag. De meeste rassen zouden zonder problemen zelfvoorzienend zijn, als je ze laat jagen.

Katten zijn kieskeurig, geen aaseters zoals honden. En het zijn zeker geen graaneters. Er was ook geen reden om ze graanproducten te voeren, hun voedselvoorraad was grenzeloos en is dat nog steeds, als je ze buiten laat.

Hun lievelingseten is, allerlei soorten muizen. Muizen zijn het ideale voedsel voor katten omdat zij alles bevatten wat de kat nodig heeft, vooral taurine, dat overvloedig aanwezig is in de hartspier van de prooi. Ze eten alles van een muis, behalve de maag. Dit is te zuur voor hen met een pH-waarde van ongeveer 2. Dus ze eten rond de maag. De darminhoud wordt ook gegeten, want die is alkalisch.

Hoe meer er met de katten wordt bemoeit, (elke loslopende zwerver wordt gevangen en gecastreerd),  hoe meer zij langzaam maar zeker worden uitgeroeid, en hoe groter de muizenplaag zal worden. Vorig jaar was er een plaag van woelmuizen. Akkers en paden, maar vooral boomgaarden werden door woelmuizen vernield. Wat is het gevolg? Gif tegen muizen. Is dat wat wij willen bereiken? 

Nu kun je muizen niet als voedsel aanbieden aan huiskatten, maar wel vers vlees. We voeren graag twee keer per week. kippenhartjes,  En voor tanden en kaken kippenvleugels, poten of karkassen.

Maar er is niets mis met goed ingeblikt voedsel, als het af en toe met botten wordt aangeboden. De criteria zijn vergelijkbaar met die voor honden. De behoefte aan groenten en kruiden is echter aanzienlijk kleiner. Vitale stoffen mogen echter niet ontbreken. Maar kleine hoeveelheden zijn voldoende.

Gevaarlijke voedingsfouten. Waarom zijn botten zo belangrijk voor honden en katten?

Honden en katten hebben zogenaamd geen botten nodig, droogvoer is voldoende. Dit zijn de argumenten van de voederindustrie, die kritiekloos worden overgenomen.

Natuurlijk moeten het rauwe botten zijn die niet splinteren zoals gekookte, ze moeten niet afkomstig zijn van varkens of kippen maar van runderen of lammeren. Honden zijn er ook dol op!

Er zijn schedels van wilde katten vergeleken, in de dierentuin en in het wild en daarbij is men tot de ontdekking gekomen dat de schedels van leeuwen en tijgers in de dierentuin duidelijk verschilden van die in het wild, dit werd onlangs gepubliceerd in Spektrum der Wissenschaft. Het resultaat was, de schedelbotten van dierentuindieren atrofieerden omdat zij niet gevoed werden met hele dieren, maar met zacht vleesvoedsel zonder koken, maar dan wel zogenaamd evenwichtig qua voedingswaarde.

Dus de conclusie is dat er nog een hoop gebrek is aan kennis over het juiste voer per diersoort maar nog belangrijker is het gebrek aan botten in het dieet. We maken precies hetzelfde mee bij honden en katten, vooral bij het gebit. Het aantal katten en honden dat lijdt aan tandvleesaandoeningen en tandbederf blijft toenemen.

Als je vraagt naar het voerbeleid van de dieren, krijg je bijna altijd als antwoord dat ze droogvoer of blikvoer kregen, maar geen botten. Ze hebben niet van jongs af aan geleerd om met botten om te gaan. Dit soort dingen moeten toch opvallen. Maar helaas, ze blijven droogvoer aanbevelen, dat zogenaamd de tanden reinigt, en botten ontmoedigen. Tandproblemen is een goede business, dus waarom iets veranderen?

Dus ook bij onze katten lijdt deze kant-en-klare voeding naar de medische oplossingen en het gebruik van medicijnen die andere ernstige problemen doen ontstaan. Raak niet betrokken in deze cyclus – er is een andere manier!